Een gelukkig mens

18 november 2014 -  

Roos is zo iemand die vindt dat ze geluk gehad heeft als ze een been breekt. Ze had ze ook allebei kunnen breken, zegt ze, of een been en een arm. En wat denk je van een dwarslaesie waarmee je de rest van je leven in een invalidenwagen doorbrengt en niet eens meer alleen naar de wc kunt?
‘Ik heb enorm geluk gehad,’ zegt ze. Met een stralende blik kijkt ze me aan vanaf de bank. Haar gipsbeen ligt op het krukje dat ik vijftien jaar geleden in Afrika van een timmerman met één voet heb gekocht. Zijn andere had hij afgehakt tijdens het vellen van de boom waarvan dat krukje gemaakt is, vertelde hij, waarmee hij de allerminst redelijke vraagprijs dacht te rechtvaardigen. Een krukje komt altijd van pas, dacht ik. En dat blijkt, al heeft het even geduurd.
Roos brak haar been omdat ze ongelukkig op de rand van de leistenen salontafel terecht kwam. Ze wilde een foto van mijn overgrootouders ophangen boven de bank. De trap stond iets te ver van de spijker en ze had geen zin om ‘al die drie treden’ naar beneden te gaan om hem te verzetten.
Adisa, mijn buurvrouw uit Togo, beweert dat het ongeluk is veroorzaakt door de geesten van de ouders van mijn grootmoeder, die niet willen dat hun foto hier aan de muur hangt. Ik heb jaren in Afrika gewoond en heb daarom veel begrip voor causale verbanden die voor de doorsnee Nederlander niet direct voor de hand liggen, temeer omdat ik de foto beter op zijn plaats vind in het trapgat naar de zolder.
‘Adisa zou wel eens gelijk kunnen hebben,’ zeg ik.
Maar Roos is een echte familievrouw. ‘Als jij denkt dat die foto hier niet past, dan hangen we iets anders op, bijvoorbeeld de trouwfoto van mijn ouders. Trouwens,’ bedenkt ze opgewekt. ‘Nu ik mijn been gebroken heb, kan ik eindelijk weer eens portretten schilderen.’
‘Dat is een goed idee,’ zeg ik. ‘Wie ga je schilderen?’
‘Jou!’ roept ze opgetogen. ‘Als je weer naar Afrika gaat en je vliegtuig stort neer, dan hang ik je hier op.’ Ze knikt naar de lege plek aan de muur. Maar opeens staan haar ogen vol tranen. ‘Sorry,’ zegt ze. ‘Beloof je me dat je nooit zult doodgaan?’
‘Ik garandeer niets,’ zeg ik. Ze veegt de tranen alweer weg.
‘Wil je voor me poseren?’ vraagt ze hoopvol.
‘Het is makkelijker om mij van een foto na te schilderen,’ zeg ik. ‘Dan zit ik in ieder geval stil.’
‘Maar ik wil iets moeilijks doen,’ zegt ze. ‘Voor jou. Nu heb ik tijd.’

Van Roos. Al zou ze incontinent zijn en met een dwarslaesie in een wagentje zitten. Ik zal haar naar de Italiaan duwen om haar het ijs te voeren waar ze dol op is: malaga en pistache. Haar kwijlende mond, die scheef hangt sinds de laatste attaque, zal ik kussen als ze prevelt: ‘Wat een bofkont ben ik toch dat jij geen MS hebt, lieverd.’

 

 

 

3 Reacties op Een gelukkig mens

  1. bert van dorsten schreef:

    Smartelijk mooi gedaan!

  2. marga roodenburg schreef:

    Een lief, liefdevol en levendig verhaal. Dank je wel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*